Entoloma chalybaeum
Wat je moet weten
Entoloma chalybaeum groeit alleenstaand of in kleine groepjes in loofbossen. Hij komt het meest voor op grote hoogte, maar soms ook in laaglandbossen. De hoed is 2 tot 5 cm in diameter, bol en schermvormig; donker staalblauw met een bedekking van fijne haartjes of schubben. De lamellen zijn eerst wit en worden dan vuil zalmroze; ze zijn vrij dik en staan matig uit elkaar.
Andere namen: Indigo rozebek, Závojenka ocelová (Tsjechië).
Paddenstoel identificatie
Kap
De hoed van Entoloma chalybaeum is bol en schermvormig; donker staalblauw; fijn behaard of fijn behaard; 2 tot 5 cm in diameter.
Lamellen
Aanvankelijk wit, soms met een lichte blauwachtige zweem; later vuil zalmroze; vrij dik en matig gespreid.
Sporen
Heterodiametrisch met 5 tot 9 zijden; 8.5-12.5 x 6-8.5µm.
Sporenafdruk
Lichtroze.
Stengel
Gestreept met blauwe vezels over een witte basis. De cilindrische steel wordt bruin naarmate het vruchtlichaam ouder wordt.
Geur en Smaak
Niet onderscheidend.
Habitat & Ecologische rol
Meestal in kleine groepjes of alleenstaand in vochtige hooglandbossen en soms in laaglandgebieden. Soms voorkomend in kortblijvend, onbebouwd grasland.
Seizoen
Zomer en herfst.
Voorkomen
Zeldzaam in laagland; af en toe in hoogland.
Gelijksoortige soorten
Er zijn verschillende blauwe paddestoelen in het Entoloma geslacht, waaronder Entoloma serrulatum, die over het algemeen kleiner is dan Entoloma chalybaeum en zwart gevlekte serrulate (fijn getande) kieuwranden heeft.
Opmerking over spellingsvarianten van de epitheton
Soms wordt chalybaeum geschreven als chalybeum, en chalybaea als chalybea. We hebben de Nederlandse Entoloma-specialist Machiel Noordeloos gevolgd, evenals Funga Nordica, in het gebruik van de vormen aeu en aea.
Taxonomie en etymologie
In 1801 gaf Christiaan Hendrik Persoon de binomiale naam Agaricus chalybeus. De huidige wetenschappelijke naam dateert uit 1982 toen de Nederlandse mycoloog en Entoloma-specialist Machiel Noordeloos (geboren in 1949) de soort overplaatste van Nolonea (waar Paul Kummer hem in 1871 had gesitueerd) naar het Entoloma-genus toen de nu afgedankte Nolonea-groepering werd geassimileerd in een uitgebreid Entoloma-genus.
De variëteit Entoloma chalybaeum var. lazulinum (Fr.) Noordel. lijkt erop maar heeft fijne radiale fibrillen op de doorschijnend gestreepte hoed. Zijn synoniemen zijn Agaricus lazulinus Fr., Leptonia lazulina (Fr.) Quél. Rhodophyllus lazulinus (Fr.) Quél., en Entoloma lazulinum (Fr.) Noordel.
De geslachtsnaam Entoloma komt van de Oudgriekse woorden entos, wat binnenste betekent, en lóma, wat franje of zoom betekent. Het is een verwijzing naar de ingerolde randen van veel van de paddenstoelen in dit geslacht.
De specifieke epitheton chalybaeum kwam oorspronkelijk uit het Oudgrieks en in het Latijn chalybs, wat staal betekent.
Synoniemen
Gymnopus chalybeus (Pers.) Gray, 1821
Leptonia chalybaea (Pers.) P. Kumm., 1871
Rhodophyllus chalybaeus (Persoon) Quélet, 1886
Acurtis chalybaeus (Pers.) Singer, 1961
Entoloma chalybeum (Pers.) Zerova, 1979
Agaricus chalybeus Pers.
Leptonia chalybaea var. chalybaea (Pers.) P. Kumm.
Bronnen:
Foto 1 - Auteur: enricotomschke (CC BY 4.0)
Foto 2 - Auteur: enricotomschke (CC BY 4.0)
Foto 3 - Auteur: enricotomschke (CC BY 4.0)



